In deel 1 “Jullie willen mij weg hebben” van deze tweeluik schreef ik over een cliënt, waarvan wij vermoedden dat ze werd mishandeld en waarbij de wijkverpleging voor een dilemma stond: opname tegen haar wens in of thuis bij haar partner laten wonen, die waarschijnlijk ten gevolge van overbelasting mevrouw onheus bejegende. Deel 1 gemist? Lees hier verder.
Zoals we haar kennen worden tranen afgewisseld met een lach, als een collega een bezoek brengt aan mevrouw in het verpleeghuis. De dozen en tassen staan nog ingepakt in haar slaapkamer. Mevrouw is blij met het bezoek en vertelt enthousiast over foto’s van vroeger.
Mevrouw heeft de verhuizing gelaten over zich heen laten komen, leek te voelen dat er geen andere keuze was. Meneer had het er moeilijk mee, dat hij zijn vrouw weg ging brengen. Bij aankomst op de afdeling was ze blij om te zien dat er een mevrouw woont, die zij kent van de dagbesteding.
Meneer en huisvriend bezoeken mevrouw iedere dag. De tijd zal het leren of hun relatie verbetert doordat meneer minder belast wordt met zorgtaken.
Na de verhuizing is mevrouw op een veilige plek en kan verder onderzoek worden gedaan naar de financiële situatie. De bank heeft geconstateerd dat er verdachte transacties hebben plaatsgevonden, die verder moeten worden onderzocht. Hier hebben wij als wijkverpleging geen aandeel in, dus we sluiten hierbij de samenwerking met Veilig Thuis af.
Voor het team voelt het als een bevrijding dat mevrouw nu op een veilige plek woont. Ze geven aan dat ze blij zijn dat ze hebben “doorgezet”. Ook realiseren zij zich dat ze de volgende keer eerder aan de bel moeten trekken, beter hun eigen grenzen aan moeten geven om gezond te kunnen werken. Een dergelijke casus heeft een grote weerslag op het team.